Net als jij klaarzit, staat je hond op. Je zet hem terug, pakt je camera en daar gaat hij alweer. Herkenbaar? Een mooie hondenfoto vraagt geen eindeloze zit-oefening. Kijk wat deze hond aankan en maak het jezelf op die momenten makkelijker.
Maak je foto alvast klaar
Zoek eerst je achtergrond, kies je plek en zet je camera goed. Vraag de hond pas daarna op de plek waar je hem wilt fotograferen. Dan hoeft hij minder lang te wachten terwijl jij nog aan het uitzoeken bent waar je moet liggen.
Kies een sluitertijd die een kleine beweging kan opvangen. Continue autofocus kan ook bij een beweeglijk portret helpen om de ogen scherp te houden. Controleer je resultaat en blijf bijstellen als het licht of de beweging verandert.
Werk samen met iemand die de hond kent
Laat het baasje rustig helpen met een houding die de hond al kent. Een koekje of speeltje kan kort de aandacht trekken, als dat bij deze hond werkt. Houd de aandacht dichtbij je lens wanneer je een blik richting de camera wilt.
Blijf niet voortdurend roepen of piepen. Sommige honden worden daar juist drukker van en andere verliezen hun belangstelling. Geef de hond tijd om te snuffelen en plan korte fotomomenten met pauzes ertussen.
Gebruik wat de hond je laat zien
Een hond die liever staat dan zit, kan ook een prachtig portret opleveren. Een nieuwsgierige blik, een scheef koppie of een rustig wandelmoment kan veel karakter laten zien. Je hoeft niet ieder beeld dat je vooraf bedacht hebt af te dwingen.
Op een plek waar de hond aangelijnd moet blijven, blijft hij aangelijnd. Een dunne lijn kan soms later worden weggewerkt, afhankelijk van de foto en je bewerking. De veiligheid van de hond bepaalt wat er mogelijk is.
